Kurt Blondeel in De Morgen, 5/5/04
Brandende vragen
Feestmuziek met inhoud gebracht door akoestische instrumenten, zo betitelt zanger en accordeonist Piet Maris de zwierige klanken van het Brusselse Jaune Toujours. Rock, chanson, ska, zigeunerswing en fanfaregetoeter: het waait op de derde cd Barricade allemaal voorbij en dat hoofdzakelijk in politiek incorrect Frans.
We schertsen natuurlijk, want aan dergelijke vooroordelen heeft Piet Maris net een broertje dood. Om die reden ging hij zich ok in de hoofdstad vestigen, waar Jaune Toujours vrijwel meteen door een heel heterogeen publiek werd omarmd. Goed, onze muziek is tot op zekere hoogte een reflectie van de hedendaagse Brusselaar, maar dan wel zoals ik die graag zie, en dat zal geen meerderheid zijn, verklaart de jongere broer van trompettist Bart Maris (Flat Earth Society, Briskey). We willen aantonen dat hier een hele generatie leeft die zich niet meer vastklampt aan huidskleur, taal of origine. Brussel is het gemeenschappelijke aanknopingspunt, en daarmee uit.
Wie of wat heeft de inspiratie voor de nieuwe plaat doen ontbranden?
Elke plaat is een momentopname, en ik constateerde dat we met deze nummers blijkbaar de geëngageerde kant opgingen. Oké, vreger hebben we bij wijze van spreken ook al eens de vuist bovengehaald, maar nu zag ik echt een rode draad. Vandaar de plaattitel, al staat die wel in het enkelvoud. Zo refereer ik niet alleen aan manifestaties, maar bijvoorbeeld ook aan barricades die mensen rond zichzelf opwerpen.
In Pas là en aire de rien heb ik het over het gevoel weer eens geprobeerd te hebben zonder gehoor te vinden. Over de onmacht ook, en de wil om even gerust gelaten te worden. Kijk , we willen niet sloganesk overkomen. Nuanceren is belangrijk. Daarom durven we toe te geven dat we zelf ook al eens twijfelen. maar het kan geen kwaad jezelf in vraag te stellen, je kunt er kracht uit putten. Dat blijft onze hoofdbedoeling: met onze muziek mensen ertoe aansporen de moed niet te laten zakken, want: Je bent niet alleen.
Wie of wat heeft de lont van je carrière aangestoken?
De fanfare van mijn geboortedorp, Meerbeke. Ik werd er als kind altijd enorm door opgepept als die in de straat passeerde. Daarnaast hadden mijn ouders een volkdansgroep, waardoor ik een fascinatie voor de accordeon ontwikkelde. aan dansen daarentegen hadden zowel ik als mijn broers een enorme hekel. Een goed excuus om dat niet te hoeven doen, was een instrument bespelen. (lacht) Nu, om mijn geloofwaardigheid als rocker te bewijzen, heb ik eerst gitaar leren spelen. In de oervorm van Jaune Toujours hoorde je dan ook slechts drie akkoorden met veel distortion. Toen mijn gitaar stuk ging, heb ik mezelf gedepanneerd met accordeon, en het is daar bij gebleven. Die histige punk kan ik op dat instrument ook wel botvieren.
Welke plaat zou je koste wat het kost uit je brandende huis redden?
Mlah van Les Négresses Vertes. Nog altijd een mijlpaal voor mij, die met kop en schouders boven een bak andere platen uitsteekt. Die groep bracht wat mij betreft de eerste geslaagde fusie van rock, chanson, raï en allerlei andere mediterrane invloeden. aanvankelijk kon ik die muziek niet thuisbrengen. Ik had één nummer op de radio gehoord, en ik moest echt weten wat dat was. Ook hun concert was heel straf. Op alle vlakken een superervaring dus.
|