|
Kurt Blondeel in De Morgen, 23/5/05: ------------------------------------------------------------------------ NIEUWE BELGISCHE FOLK SLAAT INTERNATIONAAL AAN. Ook Jaune Toujours steekt het Kanaal over. (bij de foto:) Frontman Piet Maris van jaune Toujours, grenzeloze muziek met punkattitude. Londen/Oxford Van onze medewerker Kurt Blondeel Over de grenzen, en met name in Engeland, wordt de Belgische urban folk steeds vaker als het neusje van de zalm ervaren. Zo mocht Think Of One vorig jaar nog een World Music Award ontvangen. Onlangs sprongen de Brusselaars van Jaune Toujours alweer de Eurostar op, op vraag van diezelfde BBC en het Oxford Folk Festival. En binnenkort pakt Urban Trad nog maar eens de koffers. Heeft ons land naast bier, frieten en pralines een nieuw exportsymbool? Met concertsucces in Frankrijk, Duitsland en Nederland, bescheiden hitnoteringen in Zweden en cd-distributie tot in de VS, Canada en Japan toe, heeft Jaune Toujours over de grenzen behoorlijk wat losgemaakt. Helemaal op eigen houtje. We hebben heel lang zelf gebricoleerd in afwachting van een degelijk management. Uiteindelijk hebben we het heft zelf in handen genomen, zegt Sarah Baur van de vzw Choux De Bruxelles. Aan de promotie van Jaune Toujours, maar ook die van aanverwante groepen als Mec Yek en Arabanda, heeft die organisatie de handen meer dan vol. Iedereen heeft wel een andere reden om iets speciaals in Jaune Toujours te horen, verklaart Baur de aandacht. In België zijn we urban folk, maar in Frankrijk zijn we rock en in Engeland world. RADIO De muziek van Urban Trad mag dan niet zo©ˆn eclectisch karakter hebben als die van Think Of One of Jaune Toujours, toch raapt manager Wilfried Brits over de grenzen behoorlijk wat complimenten op. Mensen vinden ons verrassend, omdat we folk brengen op een moderne manier. Zo mag Urban Trad begin juni een live-concert spelen voor radiozender BBC2, waar de groep ook op de playlists staat. De komende weken is ze bovendien nog te gast op podia in Parijs, Italië, Denemarken en Spanje. Maar vergis je niet: het is hard werken, stelt Brits. De reden waarom onze platen nu bijvoorbeeld in Portugal worden uitgebracht, is dat ik alle radiostations daar met materiaal heb bestookt, en er één ons uiteindelijk is beginnen te draaien. Hoe meer werk je als groep zelf verzet, hoe meer kans op slagen. Professioneel bestaat Jaune Toujours al negen jaar. In die tijd heeft het stilistische spectrum waaruit Piet Maris en zijn wisselende kompanen putten zich steeds verder uitgebreid. Chanson, musette, ska, klezmer en jazz: de groep integreert het allemaal in een meeslepend, dansbaar en uniek geluid. Tenminste, dat vindt BBC3-presentator Andy Kershaw, die de groep afgelopen vrijdag uitnodigde voor een radiosessie in de Londense Whitfield Studios. Wat mij in Jaune Toujours en Think Of One aantrekt, is dat beide groepen een punkattitude verzoenen met een internationalistische honger om verschillende stijlen uit alle hoeken van de wereld op hun bord te kunnen leggen, luidt het begeesterd. Kershaws waardering vormt een belangrijk signaal, en een mogelijke springplank bovendien, oordeelt Bill Trythall van Discovery Records, de Engelse distributeur van Jaune Toujours. Vorig jaar was in datzelfde programma nog de oude Amerikaanse blueszanger Ernie Payne op bezoek, vertelt hij. Zijn platen vonden hier enkel het enge bluespubliek, tot Kershaw zijn recentste cd tot beste van het jaar uitriep, en Robert Plant, Loudon Wainwright III en Richard Thompson een exemplaar in handen stopte. Gevolg: al die lui hingen bij Ernie Payne aan de telefoon, en Plant nodigde hem in Engeland zelfs uit als zijn voorprogramma. RISICO©ˆS Goede voortekenen dus, ook al omdat Maris en Kershaw met hun openlijke liefde voor de multiculturele samenleving op dezelfde lijn zitten. Volgens Ian Anderson, hoofdredacteur van het tijdschrift fROOTS en één van de trouwste buitenlandse aanhangers van Jaune Toujours, staat het Britse publiek heel open tegenover nieuwe folkrichtingen, maar vindt het in eigen land zijn gading niet. Ze nemen te weinig risico©ˆs, stelt hij. Andrew Cronshaw, freelance-journalist voor fROOTS en The Rough Guide en folkmuzikant, is er vast van overtuigd dat Jaune Toujours een unique selling proposition kan voorleggen. Wat me telkens weer verstomd doet staan, is hun ritmische component: doordacht en complex, maar ook speels en dansbaar, oordeelt hij opgewonden. Mensen die nog nooit in Brussel zijn geweest, hebben het idee dat het een doodsaaie stad is. Integendeel, zeg ik dan. Voor mij is dit muziek die zo Brussels is als maar kan. HOOFD NA HOOFD OP HOL Jaune Toujours arriveert dan wel te laat om zich nog op volgeprogrammeerde Britse zomerfestivals als WOMAD en Cambridge Folk te wringen, maar het heeft dixit lobbyist Cronshaw wél alle troeven in huis om op de nog belangrijker Canadese folkfestivals tot een revelatie uit te groeien. Baur en Maris krijgen prompt de gegevens van de juiste mensen toegestopt, terwijl Ian Anderson hardop droomt van een fROOTS-podium. Waaronder dus Jaune Toujours. Nog beter vergaat het de groep wanneer ze in de ondergrondse Cellar Bar in Oxford mag opstellen. Onder het goedkeurend oog van enkele journalisten brengt het kwintet hoofd na hoofd op hol, tot de hele club platgaat. Als het feest na dik twee uur en drie toegiften gedaan is, leert trompettist Bart Maris van een met geld wapperend jongmens nog wat de uitdrukking gagging for more betekent. Hoe kijkt zijn broer nu terug op de Engelse tweedaagse? We merkten al dat er feedback komt van festivals en promotoren, zij het heel voorzichtig, zegt Piet. In elk geval zouden we deze inspanning niet hebben gedaan als het maar een slag in het water zou zijn geweest. Wij worden niet zo zwaar gesubsidieerd als veel Skandinavische bands, waarvan de muziek officieel als exportproduct wordt beschouwd. Dit wordt dus een werk van een lange adem. Maar geduld is een schone deugd.
|